Je niet oké voelen begint al heel vroeg

Is je niet oké voelen inherent aan het leven zelf? Dat is de vraag. Volgens de Nederlandse Lisette Schuitenmaker kiest de mens al in zijn eerste levensjaar uit slechts twee conclusies, die het fundament vormen voor het verdere leven. Sommigen onder ons nemen de twee conclusies zelfs tegelijk. Dat is pas een flinke start!

Bij Wilhelm Reich (psychiater en leerling Freud) heten ze ‘karakterdefensie-structuren’. Bij Lisette Schuitenmaker heten ze ‘kindconclusies’. Het zijn conclusies, interpretaties over onszelf en onze omgeving, die we trekken als zuigeling, baby, peuter, kleuter en jong kind, in die volgorde. Deze conclusies zullen de basis vormen voor ons latere denken en doen als volwassene. Het gaat om slechts vijf conclusies, en we nemen ze in deze volgorde:

  1. Ik ben niet welkom, ik moet hier weg
  2. Er is niet genoeg, ik ben niet genoeg
  3. Jij je zin! Dan houd ik me wel koest
  4. Ik mag nooit meer verliezen
  5. Ik moet me gedragen

Als pasgeborene, jawel, in het eerste levensjaar al, kiezen we conclusie 1 of 2, en soms 1 èn 2. Als perfectionisme-coach merk je dat de kiem waarop het patroon later kan gedijen al héél vroeg aanwezig is. Want ‘ik ben niet genoeg’ is eigenlijk hetzelfde als ‘ik voel me niet oké, ik ben niet oké’ in onze terminologie. Alles wat zich nadien zal voordoen, wordt als het ware getoetst aan die fundamentele overtuiging in het onderbewuste. Het kind ziet zich keer op keer bevestigd in zijn niet-oké-zijn. Het wordt een selffulfilling prophecy.
Ook al is het besef er nog niet, het is helemaal geen fijn gevoel om met die basisovertuiging opgescheept te zitten. Het is zonder meer een natuurlijke reflex, een instinct misschien, om de beperkingen van die overtuiging niet te willen voelen, door ze te compenseren.

Je spreekt jezelf toe en je zegt tegen je onderbewuste: ik wil dat niet, ik ga me met hand en tand verdedigen, ik kies wel een strategie om dat niet langer te hoeven voelen. Dit wordt letterlijk een ‘overlevingsstrategie’ want we blijken namelijk allemaal een voorkeur te hebben voor een strategie die naadloos aansluit bij onze identiteit. Hier komt het perfectionisme tot volle wasdom: ik kan het zelf niet, dus zeg me dat ik oké ben, zeg me dat het goed is zoals ik ben. Dat is een identiteitsuitspraak.

De gedachte (niet oké) vuurt het gevoel aan (onbehagen, rusteloosheid, enz.) en dit leidt tot een onbehaaglijk en rusteloos zoeken naar bevestiging, soms levenslang. Wat je niet beseft, is dat je jezelf tot ‘levenslang’ veroordeelt.

Dit brengt me bij volgende kwinkslag. Een confronterende burn-out, depressie of andere ingrijpende levensgebeurtenis kan alsnog een bevrijding zijn, namelijk een vroegtijdige vrijlating uit de levenslange gouden kooi. (LVDS)

Als je iets verandert in het onderbewuste, dan is het ook echt veranderd

Zo goed als iedereen die in een burn-out verzeilt, blijkt bij nader inzien last te hebben van symptomen die wijzen op het ‘patroon van perfectionisme’. Perfectionisme, dat traditioneel geassocieerd wordt met het dwangmatig verlangen om de dingen goed te doen, is uiteraard een bekend fenomeen in de psychologie. Het ‘patroon van’ is echter veel meer dan dat. De kern ervan is iets dat ons onbewust dag en nacht aanstuurt: bevestigingsdrang!

Het goede nieuws is dat er een methodiek voorhanden is om dat perfectionisme aan te pakken. De methodiek werd en wordt onderzocht aan de psychologiefaculteit van de Katholieke Universiteit in Leuven. De eerste onderzoeksresultaten zijn nu bekend, en die zien er veelbelovend uit. Ik had erover een gesprek met Marcel Hendrickx, auteur ook van het boek Zeg me dat ik oké ben.

Het artikel is verschenen in het Tijdschrift voor Coaching. Zie www.ProfessioneelBegeleiden.nl. Je kunt het hier nalezen: TVC-2017-03-02.

Welkom op deze gratis lezing over perfectionisme!

Door Marcel Hendrickx, auteur van ‘Zeg me dat ik oké ben’

het Ontwikkelingsinstituut • dinsdag 3 oktober • 20 uur
Koningsteen, Oxdonkstraat 168, 1880 Kapelle op-den Bos
© Burning Man 2016

Bevrijd je van het patroon van perfectionisme en (her)ontdek het vrije kind in jezelf

Perfectionisme ontstaat meestal in de kinderjaren. Als kind ontvang je de boodschap, vaak impliciet, soms heel expliciet, dat je niet oké bent zoals je bent, dat je misschien zelfs niet gewenst bent. De boodschap zelf is doorgaans niet slecht of afwijzend bedoeld maar komt wel zo binnen. Je gaat dan ‘je best doen’ om wel oké gevonden te worden. Je besluit voor jezelf dat de acceptatie en het oké-gevoel niet van jezelf kunnen komen, integendeel, alleen anderen kunnen je die geven. Het wordt een overtuiging die zich in je onderbewuste nestelt en die je dus ‘onbewust’ blijft achtervolgen.

Elke situatie waarin een mens opgroeit is uniek, en tal van factoren kunnen je bewust of onbewust doen besluiten dat je niet oké bent zoals je bent. Het kan gaan om een bepaalde sfeer, om allerlei verwachtingen, uitspraken en handelingen van je ouders, familie, leerkrachten of anderen. Het kan gaan om traumatische ervaringen, resolute veranderingen in je leven, enz.

Marcel Hendrickx is de auteur van het boek Zeg me dat ik oké ben – Over perfectionisme en bevestigingsdrang (5de druk). Een fragment:

“De kern van perfectionisme is de onblusbare drang naar bevestiging. Alle symptomen vloeien voort uit het voortdurende zoeken naar aanvaarding en het compenseren van het ‘ik ben niet oké’-gevoel.

In wezen zijn alle symptomen positief. Er is niets mis mee om voor anderen te willen zorgen, om kwaliteit te willen afleveren of om af en toe te twijfelen aan jezelf. Maar de voorwaarde is wel dat je daarvoor kiest, en dat is nu net het probleem bij perfectionisme.

De kern van perfectionisme is het ‘moeten’. Je hebt geen keuze, je moet de dingen op die manier doen. En als je het niet zo doet, staat er een gigantisch schuldgevoel tegenover. Mensen met perfectionisme hebben daar veel last van en willen dit uiteraard vermijden. Meestal lukt dit alleen maar als ze zich niet verzetten tegen die sterke innerlijke dwang van hun patroon.”

Voor meer informatie zie www.bevrijdjezelf.be en www.coachinggarden.be

Van stress naar burn-out en ‘gezond’ weer terug

Er is eigenlijk niets mis met stress. Het is geen ziekte. Een te hoge dosis gedurende een te lange tijd kan wel uitmonden in een burn-out en zelfs een depressie. Zoals bij elke stoornis geldt: voorkomen is beter dan genezen.

Laten we even teruggaan in de tijd. Heel ver terug. Miljoenen jaren geleden: onze voorouders op jacht staan plots oog in oog met een mammoet. Wat er dan gebeurt… Als de bliksem stuurt hun reptielenbrein signalen naar het lichaam, via de stresshormonen. Bloed en zuurstof gaan naar de spieren. Hun hart en ademhaling versnellen. Hun hersenen focussen op de stressor. Het verteringsstelsel wordt lamgelegd – herken je de misselijkheid en diarree voor een presentatie of examen? Het hele lichaam wordt klaargestoomd om te vechten of te vluchten, fight or flight.

Na de confrontatie wandelt onze voorouder op een gezapig tempo terug naar huis, enfin, naar zijn hol. Hij vertelt over zijn avonturen. Eet wat bessen en noten. Schildert op de rotswand het verhaal van de dag. Doet de rest van de dag wat ontspannende activiteiten. De stresshormonen dalen. Het lichaam komt tot rust en herstelt. Dat je dit artikel zit te lezen, is deels te danken aan dit ingenieuze stressmechanisme. Het heeft ervoor gezorgd dat de mens zichzelf heeft overleefd.

Moderne monsters
Dino’s en mammoeten zijn al lang uitgestorven. We hebben nu onze moderne monsters en stressoren: deadlines, files, presentaties, het gezin, de kinderen, een druk sociaal leven, te veel hobby’s, de workload, conflicten, onzekerheid… Ons reptielenbrein reageert echter nog altijd op dezelfde manier. Stresshormonen maken ons klaar om te vechten of te vluchten. Alleen blijven we nu op onze bureaustoel zitten of in de auto. Meestal volgt er daarna geen ontspanning meer. Hier zit de adder onder het gras…

Cortisol, het belangrijkste corticosteroïde in het menselijk lichaam, dat er ook langdurig blijft rondzweven, is neurotoxisch. Het zorgt ervoor dat er zichtbare veranderingen in de hersenen optreden. Het tast letterlijk de neuronale dendrieten aan. Het verklaart waarom bij burn-out vaak concentratie- en geheugenstoornissen zichtbaar zijn. Het fameuze B-woord is gevallen.

Stressklachten
Burn-out is op dit ogenblik niet meer uit de media weg te denken. Helaas ook niet uit de statistieken. Circa 14 procent van de beroepsbevolking lijdt eronder. Niet minder dan 66 procent zegt gebukt te gaan onder stress en last te hebben van psychische en lichamelijke stressklachten. Ondanks de klachten blijven velen verder werken, vaak uit angst om de job te verliezen, met als gevolg een verergering van de stressklachten en een verhoogd risico op langdurige uitval. Daar hangt uiteraard een kostenplaatje aan. Het gemiddeld financieel verlies per werknemer bedraagt, afhankelijk van de bron, tussen 3.750 euro (Securex) en 7.392 euro (IDEWE).

Model van Karasek
Er bestaan heel wat verklaringen voor dit hoge percentage stressklachten. Het model van Karasek is er slechts één. Wanneer de workload zwaar doorweegt, wanneer er weinig mogelijkheid is om het werk zelf te organiseren, en wanneer er weinig sociale steun is van collega’s of overste, dan verhoogt het risico op burn-out.

Wat maakt dat de ene vatbaarder of kwetsbaarder is voor stressklachten en burn-out dan de andere? Ook de persoonlijkheid van de werknemer speelt een grote rol. Dikwijls zijn het de meest gedreven, perfectionistische, hoogsensitieve medewerkers die uitvallen nadat ze langdurig over hun grenzen zijn gegaan. Het zijn die medewerkers die telkens de hand opsteken bij de vraag ‘wie gaat dit project op zich nemen?’ Het zijn de werknemers die je eigenlijk niet wilt kwijtraken. In feite kun je deze ‘meer gevoelige’ medewerkers zien als de kanariepieten in de koolmijn. Zij detecteren als eersten dat er wellicht een structureel probleem is.

Komt daarbij dat de VUCA-wereld (Volatile, Uncertain, Complex, Ambiguous) waarin we leven, een grote aanpassing vergt van de mens als soort.

Wetgeving
De vraag is hoe je als HR stress en burn-out op de werkvloer kunt vermijden. Door de nieuwe wetgeving van september 2014 is de werkgever verplicht om de werknemer te beschermen tegen stress en burn-out.

Een eerste advies in deze is dat we best stoppen met de schuldvraag. Het is zelden de organisatie of de werknemer alleen die verantwoordelijk is voor de stress. Het ligt aan een combinatie van factoren. Chronische werkstress of burn-out overkomt een werknemer en de organisatie niet zomaar. Het is een proces, ook met vele mogelijkheden om in te grijpen.

Je kunt de zaken best op verschillende niveaus aanpakken. Verbeter het organisatieniveau en verbeter de coping van gestresseerde medewerkers. Ziekteverzuim is vaak te vermijden wanneer stress vroegtijdig wordt aangepakt. Het is beter te voorkomen dan te genezen. De drie belangrijkste oorzaken van stress en burn-out zijn: gebrek aan waardering, gebrek aan structuur, en te veel, te belastend werk met te veel druk.

Preventie
Voorkomen is beter dan genezen. Daarom enkele tips voor HR en de organisatie, de manager en de medewerker.

  • HR en organisatie
    Ga voor een duidelijke organisatie, formuleer heldere doelen
    Steek energie in loopbaanontwikkeling
    Organiseer een cursus stressmanagement
    Stop ermee om de cultus druk-druk-druk te verheerlijken
    Job crafting
    Richt je op het talent van de mensen
    Schakel een burn-out en stresscoach in
  • Manager
    Baken de rollen en verantwoordelijkheden af
    Installeer een feedback-cultuur
    Vier het succes samen met het team
    Schenk aandacht aan het welzijn op het werk
    Sta open voor inspraak en autonomie
  • Medewerker
    Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen welzijn
    Durf in gesprek te gaan met je manager
    Bewaak je eigen grenzen
    Neem voldoende ontspanning
    Volg een opleiding assertiviteit, timemanagement, mindfulness…

Periode van herstel
Is de medewerker dan toch langdurig afwezig, dan is een degelijke opvolging tijdens de afwezigheid van groot belang. Zeker met het oog op de herintegratie. De inspanning moet van beide kanten komen. Vergeet niet dat een burn-out gemiddeld zes maanden duurt. Dat is een lange periode van herstel.

Een burn-out is een energiestoornis, in tegenstelling tot een depressie, wat eerder een stemmingsstoornis is. Een burn-out kan wel overgaan in een depressie, met de bijbehorende verandering in de hersenen als gevolg van de aanhoudende stress. Het is dan ook van groot belang dat de medewerker in kwestie wordt begeleid door een arts en door een burn-outcoach of psycholoog.

De eerste weken gaat de aandacht vooral naar het fysieke herstel, met veel rusten, slapen en ontspannende activiteiten. Een tweede fase in het herstel is het cognitieve luik. Er wordt dan nagekeken hoe de persoon in verhouding staat tot zijn of haar werk, hoe het zover is kunnen komen, wat het persoonlijke aandeel is (perfectionisme, love junk…), wat het aandeel van de organisatie is.

Er zijn verschillende methoden om de medewerker opnieuw weerbaar te maken: Ontwikkelingsgericht Coachen van Perfectionisme (OCP), Rational Emotive Therapy (RET)… Nadien wordt er nog gewerkt aan effectief functioneren (planning en timemanagement) en aan sociaal functioneren (hulp leren vragen, grenzen stellen). De herintegratie wordt voorbereid, en we doen aan terugvalpreventie. Het is een mythe om te denken dat mensen in een burn-out beter worden door alleen maar te rusten. Het is en blijft een intensief proces.

Wat kun je zelf doen?
Zijn er manieren om jezelf te wapenen tegen stress en burn-out? Eigenlijk is het simpel maar daarom nog niet zo makkelijk. Mediteer elke dag gedurende een tiental minuten, eet gezond, zorg voor voldoende beweging (de marathon hoeft echt niet!), slaap voldoende, stop met multitasken, zorg voor ontspanning, geniet van sociale contacten, gebruik je talenten in je werk, doe nieuwe dingen. En… laat je op tijd coachen. Wacht niet tot je lichaam zegt: het is genoeg geweest. Veel succes!

Dit artikel van de hand van Belinda Buysse is reeds eerder verschenen bij Cantaloupe.